Hoe toerisme de king of the jungle uitmoordt

Dat het slecht gaat met dieren in het wild, is geen geheim. Stropers bedreigen het voortbestaan van olifanten en neushoorns. Om op grote katten te jagen mag je flink wat dollars, euro’s of ponden neertellen. Exotische dieren worden als jong aangekocht om later door de eigenaar, eens de dieren hun schattigheid verliezen en ‘onhandelbaar blijken’, ergens te worden achtergelaten. Om getraumatiseerde dieren op te vangen bestaan er wel sanctuaries of rehabilitatiecentra, maar ook zij zijn helaas niet altijd zuiver op de graat. Bij het zogenaamde wild life tourism is winst maken immers vaak al wat telt en wordt er amper rekening gehouden met het welzijn van het dier. Aangezien dieren onderhouden een nogal kostelijke affaire is en fondsenwerving niet altijd even vlot verloopt, doen toeristische organisaties er vaak alles aan om in te spelen op de steeds extravagantere wensen van toeristen. Enkel heeft deze vorm van toerisme een nogal duister kantje. Vreemd genoeg wordt de wilde leeuw dikwijls over het hoofd gezien bij het lijstje van de meest bedreigde dieren in Afrika, maar hij hoort er wel degelijk thuis.

Alarmerende cijfers

Als we de cijfers erbij halen, dan zien we hoe alarmerend die wel niet zijn. Een vergelijking tussen de wilde witte neushoorn en de wilde leeuw zegt bijvoorbeeld veel. Van beide zijn er 20.000 exemplaren te vinden, maar voor de neushoorn geldt dat voor Zuid-Afrika, terwijl de 20.000 leeuwen verspreid zijn over heel Afrika. Hier is een kleine nuance wel op zijn plaats, want de neushoorn komt nog amper voor in andere delen van Afrika. Dit maakt de leeuw even bedreigd als de neushoorn, maar doordat het aantal in gevangenschap zo hoog ligt, lijkt het alsof er geen probleem is voor de algemene populatie. Dat de king of de jungle op dit moment een bedreigde diersoort is, is dus een goed bewaard geheim. 100 jaar geleden liepen er nog zo’n 400.000 leeuwen vrij rond in Afrika. Nu mag je van geluk spreken als je hem in het wild nog tegenkomt.

Hoe komt het dan dat men niet beschikt over de juiste cijfers? De organisatie CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora), die verantwoordelijk is voor de telling, voert geen controle uit. Aan elk reservaat en elke boerderij waarvan geweten is dat er leeuwen zijn, vraagt de organisatie hoeveel leeuwen ze hebben. Reservaten en boerderijen kunnen zeggen wat ze willen en zo komt er verre van een juist beeld uit de bus. Bovendien worden geteelde leeuwen ook meegeteld en zijn deze ietwat gedomesticeerde dieren er vaak zeer slecht aan toe, maar dat wordt allemaal niet in rekening gebracht.

Als een leeuw in een kooi

Leeuwenparken hebben allemaal zo goed als dezelfde werkwijze. Zodra er welpjes zijn, worden die ingezet om de toeristen te lokken. Je mag ze vastnemen en strelen. Het lijkt allemaal onschuldig, maar op dat moment kan een welp beter bij zijn moeder zijn en genoeg rusten, wat met dit bandwerk onmogelijk is. Hopelijk doen de welpjes niet lastig en blijven ze er steeds goed uit zien, want anders worden ze zonder pardon aan het toeristische oog onttrokken en verkocht. Als ze 6 maanden oud zijn, krijgen ze een nieuwe invulling en mogen ze samen met de toeristen gaan wandelen. Vervolgens, na ongeveer 20 maanden, worden ze bedankt voor hun bewezen diensten en worden ze verkocht aan een andere partij. De eigenaars zullen in veel gevallen valselijk beweren dat ze naar dierentuinen of reservaten gaan, maar eigenlijk gaan ze naar plaatsen waar toeristen betalen om op dieren te jagen. Een dierenpark moet er dus voor zorgen dat ze steeds welpjes beschikbaar hebben en daarom halen ze de kleine leeuw zo snel mogelijk weg bij zijn moeder. Normaal blijft het welpje 18 maanden lang bij zijn moeder, maar omdat zij tijdens deze periode niet voor nieuwe nakomelingen kan zorgen, worden moeder en kind zo snel mogelijk van elkaar gescheiden. Zo kan zij in recordtijd steeds weer nieuwe welpjes ter wereld brengen.

Na geld te hebben opgebracht als welp, bestaat het lot van volwassen leeuwen er veelal in geschoten te worden voor plezierjacht. En daar zijn alle bezoekers van zo’n leeuwenpark eigenlijk medeverantwoordelijk voor. De meesten wuiven deze verantwoordelijkheid weg of nuanceren ze met een “wij halen de trekker niet over”. Maar als je de cijfers naast elkaar legt, dan besef je pas wat voor een big business het is. Een standaard, volgroeide leeuw kan je al voor een schamele € 800 kopen, terwijl een zeldzame kat of een rashond gemakkelijk € 2.000 kan kosten. Een leeuw in huis halen blijkt dus een koopje. Wil je echter op het dier jagen en het zelf doden, dan mag je een royaal bedrag van zo’n € 55.000 ophoesten, al kan dit ook veel hoger oplopen.

Canned hunting

Het schieten van een leeuw in een afgesloten terrein of één die gewoon is aan menselijk contact heet officieel canned hunting. Het zou zorgen voor minder stropers, maar het heeft wel een ander ongewenst effect tot gevolg. Het smaakt naar meer, en mensen willen the real deal: een wilde leeuw. Hierdoor worden meer en meer leeuwen gefokt voor de jacht, en daalt de echte, wilde populatie zienderogen. Zuid-Afrika is veruit de slechtste van de klas. Daar waar enkele andere landen wetten uitvaardigen om canned hunting tegen te gaan, maakt de Zuid-Afrikaanse regering het net gemakkelijker om leeuwen te fokken. De bevoegdheid valt onder het ministerie van landbouw, maar zij houden zich niet bezig met dierenwelzijn. Zo zijn er geen wetten die bepalen wat kan en wat niet, waardoor ze in een grijze zone zitten. Geen wonder dat dierenleed schering en inslag is.

Er zijn twee grote afzetmarkten voor leeuwenjacht. Aan de ene kant zijn er de mensen die het doen voor de trophy. Hier zijn het vooral Amerikanen, en diverse Europeanen die vragende partij zijn. Het hoofd van een leeuw, die je zélf hebt overwonnen, ophangen in je salon is voor hen wellicht een statussymbool. Aan de andere kant is er een grote vraag vanuit de Aziatische markt voor de beenderen van een leeuw. Vroeger deed men daar een beroep op de botten van de tijger, maar doordat de wetgeving daar veel strenger is geworden omdat het dier er ook nog amper te vinden is, wijkt men uit naar een dier dat er dicht tegenaan leunt: de leeuw. In Azië gelooft men immers dat de beenderen helende krachten bevatten en worden ze verwerkt tot een populair medicijn. Jaarlijks mogen er van de Zuid-Afrikaanse regering 1.500 leeuwenskeletten geëxporteerd worden om te voldoen aan de vraag van de Aziatische markt. De vraag zal echter alleen maar toenemen doordat er een legaal circuit is. Ook voor deze praktijken blijft men leeuwen fokken, maar totdat ze volgroeid zijn, kunnen de toeristen hen nog even knuffelen en zo met een goed gevoel naar huis gaan.

Schermafbeelding 2019-06-09 om 13.31.47

Wij kunnen er niet inkomen waar de kick vandaan komt om een dier te willen doden, maar we begrijpen ook niet dat dergelijke dierenparken kunnen blijven bestaan. Dit is niet alleen een probleem in Afrika, ook in Azië is dit een wezenlijk probleem en een verbod op dergelijke maffiapraktijken zou volgens ons een stap in de goede richting zijn.

Wil je toch een onvergetelijke, diervriendelijke ervaring met een leeuw, ga dan op zoek naar een sanctuary die oprecht zorg draagt voor de dieren. Zo kan je in Zuid-Afrika een bezoek brengen aan de Kevin Richardson Wild Sanctuary, waar ze echt geven om het lot van de leeuw. Daarnaast kan je ze ook in één van de vele nationale parken in het wild proberen te spotten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *