Wegwijs in wildlife-toerisme

geplaatst in: Dieren, Safari, Zuid-Afrika | 0

Een game reserve, een wildlife sanctuary, een nationaal park, een private game reserve, een nature reserve, …. Er lijken wel eindeloos veel mogelijkheden om je in de natuur te begeven of dieren te spotten. Maar wat is nu wat en wat houden deze verschillende toeristische mogelijkheden in? We proberen je wegwijs te maken welk plaats geschikt is voor jou.

Game Reserve vs. Nature Reserve

De meeste mensen zijn vooral op zoek naar dieren, en welke dieren bepalen meteen al je keuze. Met het woord game heb je meteen een verwijzing naar het dierenrijk. Staat het woord in de plaatsnaam, dan kan je er uiteenlopende wilde dieren spotten, maar het is niet de bedoeling dat je er doodleuk rondloopt. De dieren zijn vaak carnivoren en dus staat de mens ook op hun menu als ze een mogelijkheid krijgen.

Ook de dieren kunnen op het menu staan van de mens. Op een Private Game Reserve heb je – in meerdere gevallen – kans om op de dieren te jagen. Het park is privé-eigendom en de eigenaar bepaalt zelf zijn koers. Canned hunting kan je er dus tegen het lijf lopen. Als men het duidelijk wil maken dat jagen verboden is, kan je als reservaat het woord nature toevoegen aan je naam, maar dit is geen verplicht nummer. Weliswaar zijn er ook reservaten die samen clusteren tot een grote geheel, bijvoorbeeld in het Krugerpark. Niettemin kunnen zij ook samenwerken met parken waar je terecht kunt voor plezierjacht.

Een Private Game Reserve kan natuurlijk ook tewerk gaan zoals vele andere reservaten en het domein openstellen voor toerisme, game drives organiseren en accommodatie aanbieden. Hier bestaan genoeg voorbeelden van zoals een gedeelte van het Dinokeng Game Reserve en het Askari Game Reserve. Zij bepalen zelf hun kostprijzen en kunnen een pakket aanbieden. Daardoor kunnen ze zelfs onder de marktprijs duiken! Een probleem waar zij mee kunnen kampen, is dat ze zelf instaan voor de aankopen van hun dieren en daarbij ook genoeg ruimte voor het dier moeten voorzien. Elk dier heeft zijn noden en het kan risico’s inhouden. Zo moet je over een groot domein beschikken, als je olifanten wilt houden. Maar dat is in het algemeen een vereiste, want hoe groter je domein, hoe groter je populatie kan zijn.

In een Nature Reserve kan je ook dieren tegenkomen, maar dat zijn dan de courante zebra’s, impala’s, verschillende bokken en zelfs giraffen. Je kan hier meestal vrij rondwandelen aangezien de fauna geen gevaar voor je vormt. Het blijven wel wilde dieren, dus je moet nog steeds op je hoede zijn! Met een Nature Reserve willen ze vooral de vegetatie en de omgeving beschermen. Het kan interessant zijn wegens ecologische en/of geologische redenen. Andere dieren profiteren daar natuurlijk ook van, zo zie je er vaak de vogelpopulatie toenemen.

Politieke bemoeienis

Zuid-Afrika heeft ook een rijk arsenaal aan nationale parken, meer dan 20 stuks. Over het algemeen zijn het de bekendste parken zoals Krugerpark, Hluhluwe, Pilanesberg en Addo, maar ook enkele minder bekende parken staan geboekstaafd als nationaal park. Soms kan je er dieren aantreffen, maar in verschillende gevallen staat het ecosysteem centraal.

Simpel gezegd is een National Park beschermd door de wet, maar dat weerhoudt stropers er niet van om ’s nachts dieren af te slachten voor illegale doeleinden. Rangers proberen het probleem wel in te dijken, maar ook zij moeten soms machteloos toekijken als ze een nieuw kadaver aantreffen.

De meeste nationale parken zijn gebundeld onder SANParks, maar aangezien verschillende provincies hun eigen organisatie hebben, bijvoorbeeld Noordwest of Kwa-Zulu Natal, zijn er uitzonderingen. Doordat de overheid betrokken is, kunnen ze deze parken ook in beperkte mate openstellen voor toerisme. Je vindt er daardoor goede wegen, diverse recreatieve activiteiten en accommodaties in het park zelf.

Een veilig onderkomen

De term sanctuary wordt veelvuldig gebruikt, maar niet altijd gerespecteerd. Terwijl een sanctuary eigenlijk zou moeten fungeren als een toevluchtsoord voor getraumatiseerde dieren, is het vaak ook de plaats waar de dieren – ironisch genoeg – net trauma’s oplopen.

Een opvangcentrum heeft wel een aantal regels te volgen om de naam sanctuary te mogen gebruiken. Het is geen organisatie die dient om winst te maken en moet dus opgesteld zijn als een non-profit organisatie. Financieel gezien mag er geen handel gevoerd worden met de dieren, meer bepaald geen aankoop- of verkoopprijs vragen voor de dieren en geen onderlinge ruilhandel. De dieren die worden opgevangen mogen niet gebruikt worden om meer exemplaren op de wereld te brengen, fokken is dus uit den boze. Het verleden van elk dier moet bijgehouden worden, van wie de vorige eigenaars waren, wat de voormalige verblijfplaatsen waren als mogelijke fysische problemen opgedaan in het leven van het dier. Ten slotte zijn interacties met de dieren niet toegelaten. Om zeker te zijn dat de regels altijd worden toegepast worden er controles uitgevoerd en mag de organisatie zo’n inspectie niet weigeren.

Er is wel een grijze zone, want soms moeten de verzorgers helpen met de dieren. Denk aan eten geven en wassen. Ook wij hebben in het verleden in meerdere toevluchtsoorden kleine interacties meegemaakt, maar je op dat punt neem je de positie in van de verzorger. Zodra er veel interacties zijn met de dieren door verschillende mensen, dan mag je toch argwaan krijgen, en is de kans op een onethisch bezoek reëel. Wij plaatsen ons in de schoenen van de verzorgers en vragen ons af of dat de interacties essentieel zijn voor het verdere bestaan van het dier. Het voederen van dieren is fysiek contact, maar in bepaalde gevallen kan dat. Een olifant krijgt eten in opvangcentra, maar dat is nog iets helemaal anders dan rijden op een olifant of struisvogel, wat geen essentieel onderdeel is. Voor andere dieren is elke interactie wel uit de boze, want eten geven aan bijvoorbeeld katten als leeuwen of luipaarden is te mijden.

In Zuid-Afrika heb je verschillende van die centra die de term sanctuary aan hun naam verbinden. Zo bezochten wij The Elephant Sanctuary in Hazyview in de buurt van het Krugerpark, de Bambelela Wildlife Care & Vervet Monkey Rehabilitation Farm te Bela Bela en de gerenomeerde Kevin Richardson Wildlife Sanctuary. Het is vooral bij deze laatste dat we meer te weten kwamen over de problemen inzake toerisme. Aangezien de regels veel stricter zijn bij zo’n opvangcentra, zijn we veel zekerder dat de dieren daar het respect krijgen dat ze verdienen, maar dan moeten ze natuurlijk ook die regels respecteren. Wij trachten ons research te doen, lezen commentaren en proberen te weten te komen of het ethisch verantwoord is, maar je bent nooit 100% zeker. Alles doet ons uitschijnen dat deze 3 organisaties op de juiste manier werken en dat ze volledig te vertrouwen zijn in een ethisch bezoek.

In de oceaan

Respecteer de leefwereld van het dier en kom niet in zijn persoonlijk ruimte. Dat geldt zowel te land, ter zee als in de lucht. Bij een strandvakantie is het aanlokkelijk om de fauna in de zee te gaan ontdekken. Wie wil er immers niet gaan zwemmen met dolfijnen of met een walvishaai. Hoe onschuldig het ook kan lijken, je raakt geen van deze dieren aan. Iedereen heeft een persoonlijke bubbel, dieren onder water ook. Dolfijnen kunnen je zelf uit nieuwsgierigheid benaderen, maar dan nog is fysiek contact uit de boze.

Bij een walvishaai moet je het dier zijn ruimte gunnen, dus blijf minstens 3 meter van het gigantische dier weg, en 4 meter van zijn staart. Kom je dichter dan zal het zoogdier snel diepere oorden opzoeken. Het is een voorrecht om naast zo’n dieren te zwemmen, maar respecteer je de regels niet zal het dier mogelijk in paniek schieten en verpest je het ook voor de anderen.

Laat verder het koraal ook voor wat het is. Eén aanraking aan het koraal kan al schade toebrengen. Ga je duiken, pas dan op voor je vinnen en kom je toch in de buurt, gebruik dan maar 1 vinger om je af te stoten van een kale plek op een steen. Het spreekt voor zich dat een stuk koraal thuishoort in de zee en dat je dat niet meeneemt. Wil je toch een souvenir meenemen uit de zee, neem dan wat afval mee.

Ons advies

Wil je dieren van dichtbij bekijken, zoek dan hun eigen leefwereld op. Een safari is veruit de beste manier om op zoek te gaan naar de dieren op een plaats waar ze ruimte zat hebben. Mijd attractieparken waar dieren worden uitgebuit, ook plaatsen als Boudewijn Seapark. Als dieren met trucjes hun publiek moeten verwennen, dan is het meestal fout. Bovendien hebben de dolfijnen maar weinig ruimte ten opzichte van de zee, en dat is ook het probleem in dierentuinen. Dan zijn we veel grotere fan hoe de Beekse Bergen het aanpakken, waar het dier zelf wel voldoende ruimte krijgt en ze het safari-gevoel ensceneren.

Kies je voor een ontmoeting onder vier ogen met een dier, denk dan in het vervolg ook 2 keer na voor je je inschrijft. Stel het in vraag en doe onderzoek naar de organisatie. Zoek genoeg informatie via Tripadvisor en Google op voor je beslist om een bezoek te brengen, lees zeker ook de minst gequoteerde meningen, en stel gerichte vragen aan de mensen ter plaatse. Wat gebeurt er met de dieren zodra ze ouder zijn? Waar komen ze vandaag? Hoe groot zijn hun slaapvertrekken?

De gekende organisatie PETA, een soort van internationale GAIA, geeft je tips hoe je valse toevluchtsoorden kunt ontmaskeren. Je kan ook steeds controleren of het opvangcentrum geregistreerd is op deze site. Zij kennen een kwaliteitslabel toe als alles correct verloopt, weliswaar registreren veel te weinig centra zich. Daarnaast kan je ook nagaan of de opvangcentra erkend worden door organisaties die er onderzoek naar doen.

De dierenorganisaties die het louter uit winstbejag doen, zullen snel door de mand vallen. Als wij er een probleem in zien, de vraag wegvalt en wij geen bezoek meer brengen, hebben ze als bedrijf geen voortbestaan. Op dit moment klinkt dat als een utopie, maar we hopen dat het ooit een realiteit wordt.

error

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *